Een pianist begeleidt cursist Lars Bonne die naast een lessenaar staat te spelen op een podium met zwarte theatergordijnen. Rechts staat een banner van de KNMO.

Hoornist Lars Bonne speelt zich naar een podiumplaats

Het kan zomaar gebeuren: op je negende start je met hoornlessen bij SCHUNCK en op je vijftiende sta je op het podium van het NK Solisten & Ensembles. 

Daar weet Lars Bonne alles van. Waar hij bij de Limburgse kampioenschappen nog stond te shaken op het podium, voelde hij tijdens het Nederlands Kampioenschap Solisten & Ensembles vooral nog gezonde spanning. Met zijn uitvoering van Nocturno van Franz Strauss behaalde hij de derde plaats. Een prestatie om trots op te zijn, maar voor Lars is dit nog maar het begin.

Lekker spelen

Om deel te mogen nemen aan het NK op 3 oktober in Eemnes, moest Lars eerst twee rondes doorlopen. Het NK voelde daardoor belangrijker dan het jaarlijkse solistenconcours van SCHUNCK. “Als het daar een keer minder goed gaat, kun je het jaar daarna weer meedoen. Maar dit was toch het NK.” Juist bij het concours van SCHUNCK leerde hij de afgelopen jaren om solo voor publiek te spelen. Ook het samenspel met een pianist vindt hij mooi, dat kwam in Eemnes goed van pas. “Ik stond daar met de pianist gewoon lekker te spelen”, zegt hij nuchter.
Dat vertrouwen komt niet uit de lucht vallen. Lars volgt inmiddels zes jaar hoornles bij Jan Kitzen van SCHUNCK. Samen kozen ze Nocturno uit twee stukken die pasten bij zijn niveau. Tijdens de lessen werkten ze steeds verder aan de details. Waar moest het geluid breder, waar mocht het harder en hoe kon een crescendo nog beter uitkomen? Thuis oefende Lars verder, totdat hij het stuk bijna volledig uit zijn hoofd kende. “Ik had wel een spiekbriefje, maar dat had ik eigenlijk niet nodig.”

Lars Bonne staat op een podium en bespeelt een hoorn achter een muziekstandaard. Links staat een zwarte vleugel. Op de achtergrond is een banner van KNMO zichtbaar in een ruime zaal met donkere podiumgordijnen.

Elke beweging heeft impact

De liefde voor de hoorn kreeg hij van huis uit mee. Zijn vader speelt hetzelfde instrument, en ook andere familieleden en vrienden maken muziek; van trompet en dwarsfluit tot drums. Voordat Lars zelf op les ging, oefende hij soms al op een piccolo-hoorn. Andere blaasinstrumenten heeft hij inmiddels ook geprobeerd, maar niets kon de hoorn evenaren. Juist omdat die niet gemakkelijk is. “De noten liggen heel dicht bij elkaar. Iedere beweging die je met je lippen maakt, heeft invloed op de toon. Je moet dus goed luisteren en je concentreren”, legt hij uit.
Hoewel Lars solo spelen leuk vindt, maakt hij het liefst muziek met anderen. Hij speelt onder meer in het hoornensemble van SCHUNCK en bij verschillende harmonieën. De gezellige en open sfeer vindt hij het leukst. “Als er iemand nieuw bij komt, hoort die er gewoon meteen bij.”

Morceau de concert 

Ook voor de toekomst liggen zijn ambities hoog. Na de mavo wil hij een mbo-4-opleiding volgen en daarna het liefst naar het conservatorium. Uiteindelijk hoopt hij als professioneel muzikant in een groot symfonieorkest te spelen. Maar voor nu richt hij zich eerst op een volgende stap: samen met  docent Jan studeert hij Morceau de concert in, het stuk waarmee hij volgend jaar aan een nieuw concours wil deelnemen. Na zijn derde plaats op het NK is de hoorn voorlopig dus nog lang niet opgeborgen.